'Foute' Vrouwen

Vrouwen tijdens Tweede Wereldoorlog

Niemand is objectief, maar wie onderzoek doet naar het verleden en daarover schrijft, probeert wel objectief te handelen. Kritisch te zijn op zowel het onderzochte als op het zelf, zonder te vervallen in moralisaties, in oordelen. De weg naar de broodnodige professionele distantie is echter hobbelig. Zelf voel ik me voortdurend heen en weer geslingerd tussen uiteenlopende bevindingen en inzichten. Bovendien staan mensen zoals de vrouwen uit mijn onderzoek in deze tijd van het jaar weer even volop in de publieke belangstelling: tijdens de Tweede Wereldoorlog steunden zij de Duitse oorlogsinspanningen. Zij waren zogezegd ‘fout’. Het is een uitdaging om de motieven en acties van dit dertigtal te interpreteren.

Terug naar het voorjaar van 1942, toen een groep Nederlandse verpleegsters naar de Oekraïense hoofdstad Kiev vertrok. Met de Nederlandse Ambulance, een gemotoriseerd veldlazaret of verplaatsbaar ziekenhuis, zouden zij Duitse en Nederlandse soldaten gaan verplegen die aan het oostfront tegen de Russen vochten. Deze Ambulance was – hoewel uitgerust door het Nederlandse Rode Kruis – een initiatief van de Duitse bezetter en het Vrijwilligerslegioen Nederland, een onderdeel van de Waffen-SS.

Werken voor de vijand

Nadat de Nederlandse Ambulance door het oprukkende Rode Leger in 1943 eerst naar Chelm in Polen was teruggedrongen, werd de organisatie in de zomer van 1944 opgeheven. Het personeel ging werken voor het Duitse leger onder de vlag van het volledig genazificeerde Duitse Rode Kruis. Toen de verpleegsters na de capitulatie weer in Nederland terugkwamen, werden zij opgesloten in interneringskampen voor NSB’ers en andere ‘landverraders’. Ze kwamen er met relatief lichte straffen vanaf en re-integreerden vrij snel weer in de Nederlandse maatschappij.

Wat had deze vrouwen bewogen om zich aan te sluiten bij een organisatie als de Nederlandse Ambulance, die warme banden onderhield met de Duitse bezettingsmacht?

Gender was als sociaal construct constant aanwezig in het leven van deze verpleegsters: hun beroep was zowel voor als tijdens de oorlog een voornamelijk vrouwelijke positie, moeders werden na de bevrijding minder streng gestraft en de vrouwen vonden vervolgens hun bestemming in het huwelijk of wederom in de verpleging. 

Wat had deze vrouwen bewogen om zich aan te sluiten bij een organisatie als de Nederlandse Ambulance, die warme banden onderhield met de Duitse bezettingsmacht? Dat is de vraag waar ik me sinds een paar jaar mee bezighoud. Eerst voor mijn masterscriptie Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, momenteel voor enkele wetenschappelijke publicaties. Toen ik begon met mijn onderzoek, had ik het gevoel dat ik mijn (potentiële) lezerspubliek constant duidelijk moest maken dat ik wist hoe omstreden deze vrouwen zijn, en dat ik hun politieke sympathieën en acties veroordeel.

Zonder oordeel onderzoek uitoefenen

Dankzij het archiefonderzoek waar ik vol in dook (en mijn scriptiebegeleiders), leerde ik dat die verdediging helemaal niet nodig is. Juist door deze vrouwen zo dicht op de huid te zitten – door hun brieven en verklaringen te lezen, hun foto’s te bekijken, te zien wat anderen over hen zeiden – creëerde ik afstand. Ik leerde hun motieven in te kaderen en onder te verdelen.

Zo ontdekte ik dat alle verpleegsters een Duitsgezinde of NSB-achtergrond hadden, en hoewel documenten in hun dossiers dit aantoonden, kwam niemand er in gerechtelijke verhoren graag voor uit. Slechts een enkeling zei: “Ik was in dien tijd pró Duitsch”. Ook zag ik dat de vrouwen stuk voor stuk beweerden hun roeping te hebben gevolgd om militairen te verplegen, “om de mensheid te dienen”. Bovendien verlangden zij naar een avontuurlijk leven ver van huis, waar een vrijere omgang met mannen geoorloofd was, en waar ze financiële en materiële voordelen genoten. “Ik was zoo gelukkig”, schreef een van hen na de oorlog aan een Duitse vriend. En: “Ik verheug mij toch, dat ik mocht meemaken, wat menige vrouw heelemaal niet leert kennen. Dat was pas leven, dat komt slechts een maal”.

Natuurlijk probeerde ik deze vrouwen te begrijpen. Dat betekent niet dat ik persoonlijk begrip probeerde op te brengen voor hun keuzes. Wel dat ik als historicus verbanden trachtte te leggen tussen oorzaak en gevolg. Ik zag hoe deze vrouwen waren gevormd door hun tijd, omgeving en omstandigheden. Dat maakt hen echter niet minder verantwoordelijk voor hun acties, die ervoor zorgden dat zij sympathisanten werden van een misdadig regime. Die verantwoordelijkheid ontkennen zou betekenen dat ik hen als handelende personen niet erken.

Dader of slachtoffer?

Tot ver in de jaren zeventig beschouwden historici die onderzoek deden naar de Tweede Wereldoorlog vrouwen namelijk als passieve slachtoffers van het naziregime. Dat vrouwen net als mannen actieve getuigen van de misdaden konden zijn geweest, en zelf ook daders, leek lange tijd ondenkbaar. De discipline vrouwengeschiedenis heeft in de afgelopen decennia echter aangetoond dat vrouwen geenszins passief waren, en zijn. Zij maakten, en maken, hun eigen (politieke) keuzes. Ook de verpleegsters van de Nederlandse Ambulance.

Bewust of onbewust vertellen we altijd vanuit onze eigen verwachtingen, wensen en vooroordelen

Ook al wil ik graag alle mogelijke kanten van een verhaal bekijken en een afgewogen voorstelling van zaken geven, dat doe ik ongetwijfeld niet altijd. Bewust of onbewust vertellen we altijd vanuit onze eigen verwachtingen, wensen en vooroordelen, hoe graag we die ook zouden willen uitbannen. Ook ik ben gevormd door mijn eigen verleden, en door het heden waarin ik leef, de vraagstukken van mijn tijd. Gaandeweg – en nog elke dag – leer ik mezelf als mens echter steeds meer van de onderzoeker te scheiden. Ik hoop dat ik daarmee deze vrouwen in hun tijd kan plaatsen, hun motieven inzichtelijk maken op een manier die doet inzien dat niets per se zo hoeft te zijn als het op het eerste gezicht lijkt, en dat nuance altijd belangrijk is. Niet alleen in het aanhoudende debat over ‘goed’ en ‘fout’ in de context van de Tweede Wereldoorlog, óók in de andere – soms zeer verhitte – publieke (morele) genderdiscussies van vandaag.

Sietske van der Veen (1992) is historicus en journalist. Momenteel werkt ze als inhoudelijk projectmedewerker voor de Maand van de Geschiedenis en het Canonnetwerk (Nederlands Openluchtmuseum). In juni 2018 verschijnt haar artikel ‘“Dat was pas leven, dat komt slechts een maal”. ‘Foute’ vrouwen. De motieven van de verpleegsters van de Nederlandse Ambulance voor het oostfront, 1941-1944’ in Historica, wetenschappelijk tijdschrift voor gendergeschiedenis.