Orka’s en vrije tijd

Vrouw-neemt-een-duik.jpg

Een tijd geleden bevonden mijn broertje en ik ons door een wonderlijke samenloop van omstandigheden - of eigenlijk, het heerlijke gevoel voor humor van onze moeder - gelijktijdig in een floatcabine. Een floatcabine is eigenlijk een enorm kunstei, van binnen blauw geschilderd, gevuld met zout water op lichaamstemperatuur. Je moet erin liggen dobberen. Folders beloven een ultieme ‘ontspanningservaring’, zonder prikkels van buitenaf. Mijn broer en ik lagen overigens niet in dezelfde cabine, maar hadden ons eigen ei, in aparte kamers.

Na afloop van de floatsessie, die in mijn beleving ongeveer achtenveertig uur had geduurd maar in het echt een minuut of vijftig, kwamen we elkaar tegen in een witgeschilderd halletje. Mijn broer keek erg kwaad naar een Boeddhabeeldje, alsof hij het eigenlijk door een raam wilde smijten, of liever nog, op iemands hoofd stuk wilde slaan. Ik begreep dat wel.

Mijn broertje en ik hadden onafhankelijk van elkaar, in die ontspanningseieren, precies dezelfde fases van wanhoop doorlopen. We waren in dat zoute water gaan liggen, hadden moeten wennen aan het glibberige gevoel dat dit gaf. We hadden ons ei gesloten, en toen toch weer een opengezet want Jezus het was een beetje claustrofobisch, maar toch weer dichtgedaan want we wilden wel die ultieme ontspanningservaring. Er zat ook een lichtje in de cabine. Aan was lekker maar uit ook wel, maar aan dus ook, met je ogen dicht of open, we kwamen er niet helemaal uit. Hierover hebben we zonder dat we het van elkaar wisten even een ongelukkige slappe lach gekregen, waarbij we een golfje zout water inslikten en bijna over ons nek gingen in dat galmende ei, die cabine maar weer even open dus. En weer dicht. Verder waren er diverse geluiden beschikbaar. Orka’s, vogels, zee, ruis, panfluit; allemaal even geprobeerd natuurlijk, waarbij we op onszelf en de mensheid konden reflecteren, hoe ge-fucking-degenereerd ben je als soort als je in een ei gaat liggen met orkageluiden op, u kent het wel. Geluid uit dus. Of toch maar aan. Tot slot bevond zich in de cabine ook een opblaaskussentje voor om je nek, want inderdaad, alles drijft, maar je hoofd zinkt dus wel. Kussentje proberen. Kussentje leidt af. Licht aan. Kussentje weer ophangen aan het daarvoor bestemde haakje. Licht uit muziek uit ogen dicht kussentje druppelt, superirritant.

En ondertussen zong het door ons hoofd: wij komen hier beter uit.
Wij zijn straks de meest ontspannen mensen op aarde, of hebben op zijn minst een revolutionair inzicht over onszelf en de rest van de wereld gekregen.
In de glanzende folders werd duidelijk geen rekening gehouden met het gegeven dat je niet ook je hoofd kunt vullen met een laf mengsel van zout water en blauwe verf.

In het onderzoek Lekker Vrij? [van het SCP en Atria - red.], komt een wonderlijke term voor: ‘goede vrije tijd’. Dat is de tijd die overblijft als alles wat moet en alles wat nodig is gedaan is, en je precies kunt doen waar je zelf zin in hebt. Uit het onderzoek blijkt ook dat vrouwen zich op de keper beschouwd gejaagder voelen dan mannen, in hun vrije tijd. Ik kan natuurlijk alleen maar voor mezelf spreken, maar inderdaad: als ik vrije tijd heb, verandert mijn hele leven in zo’n belachelijk ei. In plaats van in zout water te drijven zit ik op mijn bank, met mijn hoofd in mijn handen en denk: nu zou ik ook iets nuttigs kunnen doen. Vrijwilligerswerk, of dat boek afschrijven, een wasje draaien, eindelijk die kapstok ophangen, het patriarchaat omverwerpen.

Dan bedenk ik me: nee, ik moet doen waar ik zin in heb, en zin hebben in voorgenoemde zaken schijnt niet bij vrije tijd te horen, dus dat valt af, je moet je vrije tijd met alles vullen behalve met nut, zelfs als je heel erg van nuttige dingen doen houdt. Ik moet dus gaan wandelen, gaan lezen (als het niet te leerzaam is), gaan Netflixen, ik kan met vrienden afspreken of mijn moeder bellen, uitgebreid koken (of is dat te nuttig), ik kan de stad in of een bos zoeken, op mijn bank blijven liggen of parachute gaan springen. Vaak is mijn vrije tijd tegen de tijd dat ik mijn loodzware lijf eindelijk van die bank gepeld heb godzijdank alweer over. Aldus vergaat de wereld, denk ik dan, we gaan ten onder aan keuzemogelijkheden en de prestatiemaatschappij, mijn generatie is hoe dan ook verloren. Maar ik zet in ieder geval geen orkamuziekjes op.

Deze blog was eigenlijk een column, door Roos van Rijswijk voorgedragen tijdens het programma Vrijetijdsdruk van Felix in de Steigers i.s.m. Atria op 27 oktober 2016. Van Rijswijk debuteerde begin dit jaar met de roman Onheilig bij uitgeverij Querido, recenseert voor NRC Handelsblad, schrijft columns en is redactielid van Tirade, waar ze op de website ook schrijft over bijvoorbeeld mislukte vriendschappen, dronken Duitsers en literatuur. Roos is initiatiefnemer van de J.M.A. Biesheuvelprijs; de enige prijs voor de beste korteverhalenbundel.

Reactie plaatsen

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.