Wie niet horen wil, moet voelen

Affiche seksueel geweld © Collectie IAV-Atria

Onlangs verscheen een getuigenis op sociale media over de ernstige mishandeling van een lesbisch koppel in de Groningse binnenstad. Een passerende politieauto reed stapvoets door en het mishandelde koppel is uiteindelijk in veiligheid gebracht door een omstander. Dit misdrijf was aanleiding voor het PvdA-Tweede Kamerlid Ahmed Marcouch om Kamervragen te stellen over het thema ‘veiligheid en discriminatie van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders’ (hierna: LHBT).

Discrimineren, schofferen en stereotyperen

Hoe kon dit gebeuren in ‘mijn’ stad? De stad waar ik jarenlang woonde en ik mij nooit onveilig voelde, omdat er altijd wel mensen op straat waren: zodra de laatste kroegen gingen sluiten, waren de eerste mensen alweer onderweg naar hun werk. Hierdoor was het gevoel van sociale controle voortdurend aanwezig. Deze twee vrouwen zijn mishandeld, doordat zij van de daders niet mogen zijn wie zij (willen) zijn. Oftewel: niet iedereen accepteert het uitdragen van een andere seksuele identiteit dan de onbevraagde norm van heteroseksueel zijn. Dit blijkt ook uit de schofferende uitlatingen naar het koppel toe: “Plat op plat vult geen gat”, en “als je eruitziet als een kerel, dan moet je ook vechten als een kerel”.

Uit bovenstaande spreekt niet alleen de intolerantie ten aanzien van lesbiennes, maar lijkt er meer aan de hand te zijn: door expliciet aan het uiterlijk te refereren, worden deze vrouwen verhouden tot stereotype elementen van hoe een ‘échte’ vrouw zich gedraagt en eruitziet.

De feiten

LHBT-discriminatie en de gevolgen zijn een maatschappelijk probleem: LHB jongeren doen vijf keer zo vaak een zelfmoordpoging als heteroseksuele jongeren (SCP, 2015). Vooral transgenders hebben te maken met discriminatie; een derde van deze groep mensen wordt maandelijks beledigd vanwege hun identiteit en 43% van hen heeft afgelopen jaar minimaal één gewelddadig incident meegemaakt (TNN, 2015).

‘Your silence will not protect you’

Zoals de feministische, lesbische schrijfster Audre Lorde al schreef in ‘Sister Outsider: Essays and Speeches’ (1984), leidt stilte er niet toe dat je wordt beschermd. De behoefte aan hulp van politie, burgemeester(s) en politiek Den Haag is zeker aanwezig, maar de bereidheid van LHBT’s tot melding maken of aangifte doen blijft achter. De angst overheerst dat er niets met de meldingen wordt gedaan, of dat de aangifte überhaupt niet serieus wordt genomen.

Artikel 1 van de Grondwet: een schijnveiligheid voor LHBT’s?

De LHBT’s worden gestimuleerd het zwijgen te doorbreken en ondertussen zijn PvdA, D66 en GroenLinks bezig met een initiatiefwetsvoorstel tot wijziging van artikel 1 van de Grondwet (Kamerstukken: 32 411). Dit artikel biedt een fundamentele basis voor de bestrijding van discriminatie, doordat het gelijkheidsbeginsel en de discriminatieverboden wettelijk zijn verankerd.

De initiatiefnemers van het wetsvoorstel overwegen echter de non-discriminatiegronden te schrappen, waar geen maatschappelijke of juridische noodzaak voor bestaat. Mocht deze wetswijziging echter doorgang vinden, veroorzaakt het wél verwarring: wie wordt nog waartegen beschermd? Ook vervalt dan het duidelijke onderscheid tussen het gelijkheidsbeginsel uit de eerste zin en het non-discriminatiebeginsel uit de tweede zin.

Seksuele identiteit wordt in de discriminatieverboden niet apart benoemd en lijkt te vallen onder de open formulering van de zinsnede: “…of op welke grond dan ook...” Het COC Nederland pleit er voor dat een uitdrukkelijk verbod op LHBT-discriminatie als zesde non-discriminatiegrond wordt opgenomen in artikel 1 van de Grondwet. Dan pas is er onmiskenbaar sprake van de maatschappelijke rechtsbescherming en rechtsbescherming door de rechter, zodra het gaat over LHBT-discriminatie. Daarnaast spreekt hieruit dat er evenveel gewicht wordt toegekend aan seksuele identiteit als aan de overige vijf discriminatiegronden.

EuroPride 2016

Vanaf 23 juli kleurt Amsterdam weer roze met overal regenboogvlaggen, tijdens het 20-jarige jubileum van de Gay Pride dat dit jaar wordt gevierd onder de noemer ‘EuroPride 2016’. Deze twee weken staan in het teken van de viering van gelijkheid van LHBT’s’. Ook al is het bij wet niet verboden om een andere seksuele identiteit uit te dragen dan heteroseksueel, toch bestaat er in Nederland nog steeds een discrepantie tussen ‘recht hebben’ en ‘recht krijgen’. Zolang in de praktijk niet iedereen de vrijheid krijgt en/of voelt om te kunnen zijn zoals je bent, zou ik er voor pleiten om de EuroPride2016 niet alleen als een vrolijk samenzijn van een bont gezelschap te beschouwen, maar óók stil te staan bij wat ‘zou moeten zijn en (nog) niet is’.