Schrijf vrouwen niet voor hoe zij emanciperen

31 oktober 2016
Demonstratie vrouwen in Spijkenisse, januari 2016. © ANP Foto

de Volkskrant, 31 oktober 2016

Feministes lijken de laatste tijd steeds vaker lijnrecht tegenover elkaar te staan bij de interpretatie van misstanden in de islam en sekseongelijkheid in niet-Westerse culturen. De beschuldiging van zelfverklaarde ‘ware feministes’ luidt dan dat ‘verraders’ zoals wij misstanden goedpraten onder het mom van multiculturalisme en politieke correctheid. Wij willen echter pleiten voor feministische solidariteit.

Laten we beginnen met waar we het met elkaar over eens zijn: sommige culturele tradities staan op zeer gespannen voet met de rechten van vrouwen. Geen enkele feminist, en zeker wij niet, verdedigt de inbreuk op het lichaam of de handelingsvrijheden van vrouwen als een eerbiedwaardige traditie. Het feminisme dat wij wél voorstaan staat voor het principe dat vrouwen, waar ook ter wereld, de vrijheid moeten hebben om zelf te bepalen hoe ze hun leven willen inrichten. Zij moeten daarbij kunnen beschikken over dezelfde mogelijkheden als mannen om hun wens tot zelfontplooiing te realiseren. Dat is zeer zeker makkelijker gezegd dan gedaan. Vrijheid is een relationeel concept en onlosmakelijk verbonden met sociale rechtvaardigheid. Mijn vrijheid kan niet bestaan zonder de vrijheid van de ander.

Onderwijl leven wij nog steeds in een niet-ideale wereld waar vrouwen op veel plaatsen tweederangs burgers zijn. Feministische solidariteit betekent voor ons dat we ons verbonden voelen met meisjes en vrouwen overal ter wereld en hun inspanningen om hun leven te verbeteren volgen en waar mogelijk ook ondersteunen. Maar wat als zij onze opvattingen over vrijheid en onderdrukking niet delen? Zelfbeschikking betekent voor ons dat de ander de vrijheid heeft om andere opvattingen te hebben. En dat deze andere opvattingen niet perse het onversneden resultaat zijn van indoctrinatie en onderdrukking. Zelfbeschikking kan vanuit verschillende aanvliegroutes tot stand komen en allerlei verschijningsvormen hebben.

Jonge vrouwen vragen bijvoorbeeld bij de dokter soms om een maagdenvlieshersteloperatie. Het is een mythe dat elke vrouw een maagdenvlies heeft dat bij de eerste penetratie bloedt. Toch is het van belang hoe de meisjes in kwestie hiermee omgaan en waarom. Duidelijk is dat zij vrezen voor de gevolgen wanneer zou uitkomen dat zij geen maagd meer zijn. Hun seksuele autonomie wordt vrouwen hier ontzegd. Of hersteloperaties de traditie bestendigen of juist helpen ondermijnen kan op dit moment niet worden vastgesteld. In Zweden is het beleid om niet in te gaan op verzoeken tot maagdenvlieshersteloperaties. Wat vrouwen zelf als hun belang zien, wordt genegeerd ten gunste van een door de Zweedse overheid geformuleerd universeel belang van vrouwen. Dat is niet ons idee van feministische solidariteit. Wij vinden het problematisch, ook als een keuze niet in volle vrijheid tot stand is gekomen, om de voorkeuren van de betrokken vrouwen te negeren. Daarmee ontzeg je hen evenzeer het recht op zelfbeschikking. Uit een Nederlandse studie in een ziekenhuis waar maagdenvlieshersteloperaties geregeld uitgevoerd worden, bleek dat er voor 48% van de vrouwen die om een hersteloperatie verzochten sprake was geweest van seksueel misbruik. Die kennis compliceert de kwestie nog verder. Het protocol van dit ziekenhuis is om eerst uitvoerige counseling gesprekken te voeren, waar op mogelijke alternatieven wordt gewezen. Pas daarna volgt, als de vrouw dit nog steeds wil, een operatie. Na counseling bleek 29% van de vrouwen geopereerd te willen worden. Het is een feminisme dat vrouwen niet blindelings volgt in hun wensen, maar dat wel begrip toont voor hun achtergrond en dat hen niet oplegt hoe zij precies moeten emanciperen. Daarnaast vinden wij het uiteraard van groot belang dat de opvatting over vrouwelijke seksualiteit in de betreffende gemeenschappen verandert en dat die veranderingsprocessen worden ondersteund. Pragmatiek en principe hebben in een voortdurend bewegende wereld constante reflectie nodig. Bij goed begrepen feministische solidariteit zijn geen van beide in steen gebeiteld.  

Rosemarie Buikema, hoogleraar kunst, cultuur en diversiteit, Universiteit Utrecht
Sawitri Saharso, hoogleraar burgeschap en morele diversiteit, Universiteit voor Humanistiek
Renée Römkens, bijzonder hoogleraar gender based violence, UvA en directeur van Atria

Thema