Aletta van Nu Karlijn Olijslager

Special, 2 december 2015
Karlijn Olijslager © Marieke Lucas

Karlijn Olijslager doet aan de Universiteit van Amsterdam promotieonderzoek naar vrouwententoonstellingen als onderdeel van het actierepertoire van de Nederlandse vrouwenbeweging tegen het einde van de 19e en in de 20e eeuw. Voor haar onderzoek maakt ze veelvuldig gebruik van de bibliotheek en het archief van Atria.

Wat geschiedenis is, is breder geworden doordat vrouwen ernaar hebben gekeken en uitsluitingsmechanismen ter discussie hebben gesteld. Machtsrelaties in de maatschappij gelden ook in de geschiedenis.

Kun je iets meer vertellen over je onderzoek naar een aantal ‘vrouwententoonstellingen’?

Als je onderzoek verricht naar vrouwententoonstellingen kan je niet om de mijlpaal de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid 1898, heen; die tentoonstelling is uitgebreid onderzocht door Maria Grever en Berteke Waaldijk in Feministische Openbaarheid (1998). Ik richt me in het verlengde hiervan vooral op de Tentoonstelling De Vrouw 1813 – 1913, De Nederlandse vrouw in 1948 en De Emancipade in 1975. Ik onderzoek hoe op deze tentoonstellingen, georganiseerd door de vrouwenbeweging, de maatschappelijke positie van ‘de vrouw’ werd verbeeld of ter discussie werd gesteld ter verkrijging van nieuwe politieke rechten en ter verbetering van de positie van de vrouw. Voor het oog van het publiek werden de bijdragen van vrouwen aan de maatschappij verbeeld, bijvoorbeeld door het tentoonstellen van scenes uit de nationale geschiedenis, statistieken, folklore, demonstraties van vrouwenarbeid en interieurs. Daarnaast werden er congressen en debatten georganiseerd. We kunnen de tentoonstellingen beschouwen als visuele bewijsvoeringen voor de politieke agenda van de vrouwenbeweging.

Een goede marketingstrategie!

Net zoals de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 de aanleiding vormde voor de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 grepen vrouwen de viering van 100 jaar Koninkrijk der Nederlanden in 1913 aan om te laten zien welke bijdragen vrouwen leverden aan de maatschappij. Een nationale herdenking als aanleiding om de schijnwerpers te richten op de vrouwenstrijd door middel van een tentoonstelling bleek een goede marketingstrategie! De eis om vrouwenkiesrecht werd op De Vrouw 1813-1913 verpakt in een tentoonstelling voor een groot publiek waar vermaak, kennis en politiek samen kwamen.

Klasse en etniciteit

‘Vrouwen’ is een breed begrip en daarom vraag ik me ook af om welke vrouwen het eigenlijk ging? Voor wie werden er politieke rechten geëist? De tentoonstellingen van 1898, 1913 en 1948 zijn onlosmakelijk verbonden met het kolonialisme en het koloniale denken in Nederland en een beladen onderdeel van de feministische agenda. Ook binnen de vrouwenbeweging werd onderscheid gemaakt naar klasse en etniciteit. Er namen bijvoorbeeld wel arbeidersvrouwen en Javaanse vrouwen deel aan de tentoonstellingen, maar als zij al deel uitmaakten van de organisatie dan waren zij ondervertegenwoordigd in de comités of waren zij onderdeel van het tentoongestelde. Net zoals gender zijn daarom klasse en etniciteit ook belangrijke categorieën in mijn onderzoek. De tentoonstellingen brengen deze verschillen in het denken over mannen en vrouwen en vrouwen onderling in beeld en vanuit historisch perspectief is dat interessant om te onderzoeken, omdat de plaats die vrouwen hadden in de maatschappij sterk werd en, ook tegenwoordig nog, wordt bepaald door deze categorieën van verschil.

Waarom zijn vrouwen in de geschiedenis en als historici eigenlijk zo lang afwezig geweest?

Vrouwen zijn als historici lange tijd afwezig geweest omdat ze lange tijd geen toegang hadden tot de studie Geschiedenis. Als je historicus definieert als een academisch geschoold iemand, dan zijn er in de 19e eeuw geen vrouwelijke historici te vinden. Maar als je breder kijkt, dan waren vrouwen wel degelijk historisch actief, bijvoorbeeld als romanschrijver of als assistent van een historicus.

Ook wat telt als geschiedschrijving is ter discussie gesteld en verbreed. Vrouwen- en genderhistorici hebben andere bronnen opgespoord en onderzocht om ‘nieuwe’ historische thema’s op de historische agenda te zetten en zodoende vrouwen in het verleden zichtbaar te maken. Machtsrelaties en verschillen die mensen in- of uitsluiten in de maatschappij gelden ook in de professie geschiedschrijving en zijn bepalend voor wat er wel en niet wordt onderzocht door historici.

In de december bestaat de Collectie IAV (Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging) 80 jaar. Wat is het belang van deze collectie?

Tijdens het interbellum bedachten de oprichters dat het materiaal uit de vrouwenbeweging de moeite waard was om te bewaren, om ooit de geschiedenis van de vrouwenbeweging te kunnen schrijven. Als het IAV niet was opgericht, dan zou er nu een grote lacune in historische kennis zijn, of de archieven zouden nu heel versnipperd terug te vinden zijn en dus lastiger vindbaar voor onderzoekers.

Kun je alvast iets verklappen over je pitch op de Atria-conferentie over archiveren in de 21e eeuw?

In mijn pitch begin ik bij een andere archiefinstelling: de collectie over de Tentoonstelling De Vrouw 1813 – 1913 die in 1919 in het bezit is gekomen van het Stadsarchief Amsterdam. In mijn pitch ga ik in op de vraag waarom deze archiefcollectie niet in het IAV ligt en wat het zou betekenen voor de geschiedschrijving van de vrouwenbeweging als het IAV nooit was opgericht.