Een betoging voor vrouwenkiesrecht

Special, 3 juni 2016 by Guus Robroeks en Marianne Boere
'De groote betooging' van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht op het terrein van de IJsclub.

Zaterdag 18 juni 2016 is het 100 jaar geleden dat de demonstratie voor vrouwenkiesrecht plaatsvond in Amsterdam. De optocht van 18.000 demonstranten, vrouwen én mannen, vormde de opmaat tot de opname van het algemeen kiesrecht voor vrouwen in de Grondwet in 1922.

Het was een indrukwekkend gezicht op 18 juni 1916. Volgens de kranten hadden zich naar schatting 18.000 vrouwen en mannen bij de IJsclub op het museumplein in Amsterdam verzameld om hun standpunt duidelijk te maken.  

Het dagblad De Tijd beschrijft hoe de optocht eruit zag.

“Eerst politie te paard, gevolgd door een muziekkorps. Daarna volgde de echte stoet, met drie vrouwen en een heer te paard, waarvan één vrouw gekleed was als de Nederlandse Maagd, een vrouw die symbool staat voor de Nederlandse staat. Zij hielden een schild hoog met de tekst 'Vrouwenkiesrecht'”.

Erachter liepen vrouwen in de kleuren van de vereniging: geel en wit. Zij representeerden de landen die het vrouwenkiesrecht geheel of gedeeltelijk hadden doorgevoerd. Erachter volgden vrouwen in het groen. Die kleur representeerde volgens de kranten de hoop op het algemeen vrouwenkiesrecht. De vrouwen verbeeldden de Nederlandse provincies en de toenmalige kolonie Nederlands-Indië. Er liepen vrouwen mee in lokale klederdracht, van afdelingen van de vereniging uit het hele land. Daarachter kwamen de andere partijen en de stoet werd afgesloten door wagens waar mensen in meereden die niet zelf konden lopen.

Op de IJsclub, waar de menigte zich verzamelde, spraken acht vrouwen en vier mannen zich uit voor het vrouwenkiesrecht, en eindigden met een motie waarin gesteld werd dat de grondwetswijziging in moest houden dat ook vrouwen het algemeen kiesrecht zouden krijgen.

In Het Leven verschijnt een uitgebreide fotoreportage.
Het blad De Proletarische Vrouw schrijft:

“[...] tenslotte trok men met elkander voort, de burgerlijke vrouwen, die wel kiesrecht willen, maar die de maatschappij willen behouden, en die socialistische vrouwen, die het kiesrecht willen om het in de klassenstrijd te gebruiken ter verovering van de socialistische maatschappij.”  

De Leeuwarder Courant schrijft op 19 juni 1916:

“De betooging voor vrouwenkiesrecht te Amsterdam, georganiseerd door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, is uitstekend geslaagd”.

 Het ledental van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht (VVK) steeg na de succesvolle demonstratie tot 22.000.

Ontstaan uit verraad van de kiesrechtverenigingen: de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht

Algemeene Vergadering in Hotel "De Witte Brug", 's-Gravenhage, april 1916.1916.jpg
Algemeene Vergadering in Hotel "De Witte Brug", 's-Gravenhage, april 1916. Collectie Atria - IAV

In maart 1883 diende Aletta Jacobs (Nederlands eerste vrouwelijke student en arts) een verzoek in bij de Amsterdamse gemeenteraad om op de kiezerslijst te worden geplaatst omdat zij voldeed aan alle, bij de wet gestelde, eisen. Geantwoord werd dat niet kon worden verwacht dat vrouwen in het bezit waren van alle burgerschapsrechten.

Aletta bracht haar eis voor de arrondissementsrechtbank en voor de Hoge Raad. Antwoord was onder meer dat het onmogelijk de bedoeling van de Nederlandse wetgever geweest kon zijn de vrouw kiesbevoegdheid te geven. Mede door Aletta's verzoek  vond in 1887 een grondwettelijke verandering van het kiesrecht plaats; de kiezers moesten vanaf toen 'tekenen van maatschappelijke welstand en geschiktheid' vertonen. Nu werd echter ook vastgelegd dat ze mannelijk moesten zijn.

Om uitbreiding van het kiesrecht te verkrijgen werden de vrouwen uitgenodigd lid te worden van bestaande kiesrechtverenigingen. Naar aanleiding van een wetsvoorstel van het kamerlid Tak van Poortvliet uit 1893 waarbij het kiesrecht sterk werd uitgebreid, bleek echter dat het de kiesrechtverenigingen alleen om steun te doen was geweest; zij voelden niets voor vrouwenkiesrecht.

Dit deed Wilhelmina Drucker van de Vrije Vrouwenvereeniging in 1893 besluiten om, samen met onder meer Theodore Haver en D.G. Stokvis het initiatief te nemen voor een vereniging voor vrouwenkiesrecht. Nog in juli 1893 vindt er een lezing plaats over algemeen kiesrecht, met als sprekers Theodore (Schook)-Haver en Pieter Jelles Troelstra, die in 1894 samen met anderen de S.D.A.P.  zou oprichten. Op 5 februari 1894 werd de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht.

Demonstratie

Betoging voor algemeen vrouwenkiesrecht georganiseerd door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.
Betoging voor algemeen vrouwenkiesrecht georganiseerd door de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Collectie Atria - IAV

De demonstratie werd op 18 juni 1916 gehouden. De VVK was al lang van plan om ter gelegenheid van de grondwetsvoorstellen een demonstratie te houden, die groter moest zijn dan ooit tevoren. De demonstratie was wel aanleiding voor meningsverschillen binnen de VVK en zou leiden tot de uittreding van een groep leden die een eigen vereniging oprichtte onder de naam de Neutrale Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Er ging er flink wat voorbereiding aan de demonstratie vooraf. In het Maandblad van de Vereening  voor Vrouwenkiesrecht kwam een oproep. Het bestuur nodigde meerdere organisaties uit voor het evenement. Zo wilden de vrouwen laten zien dat algemeen kiesrecht voor vrouwen in alle lagen van de bevolking gedragen werd. De Mannenbond voor Vrouwenkiesrecht schaarde zich aan de zijde van de Vereeniging en verschillende politieke partijen betuigden hun steun. Via advertenties in kranten werden vrouwen en mannen opgeroepen om zich bij de demonstratie aan te sluiten. Zelfs tijdens de betoging werden borden omhoog gehouden die mensen opriepen om zich bij de stoet te voegen, om een zo groot mogelijke menigte bijeen te krijgen. De SDAP riep in dagblad Het Volk leden op zoveel mogelijk aanwezig te zijn. De partij wilde laten zien dat ook de vrouwelijke arbeiders en vrouwen van arbeiders recht hadden op stemrecht:

“Hoe meer vrouwen er bij deze betooging op de straat komen hoe sterker de eisch zal spreken”. 

Niet alle socialisten konden zich in deze steunbetuiging vinden.
Een Rotterdamse socialist beklaagt zich in het sociaaldemocratisch weekblad De Tribune:

“De burgelijke vereeniging voor vrouwenkiesrecht vergoedt de reiskosten. Hier laten dus die arbeidersvrouwen zich exploiteeren tot opluistering van de burgerlijke beweging door middel van ’t geld dat de echtgenooten van die dames persen uit de lichamen der arbeiders”. 

De VVK had hier echter hetzelfde doel als de socialisten: algemeen kiesrecht voor iedereen. Uiteindelijk kon de VVK zich van de steun van de socialisten verzekeren. De demonstratie liep volgens de route Museumterrein, om IJsclub-terrein heen, Honthorststraat, Jan Luikenstraat, brug over Rijksmuseum, Spiegelgracht, Spiegelstraat, Heerengracht, Koningsplein, Singel, Sophiaplein, Rokin, Dam, Mozes en Aäronstraat, Raadhuisstraat, Westermarkt, Rozengracht, Marnixstraat, Leidscheplein, Stadhouderskade tot de IJsclub.

Het Algemeen Handelsblad schrijft in haar verslag dat op een moment de goede orde dreigde te worden verstoord. Dat was toen op de Spiegelgracht, korte tijd nadat de betogers weg waren gegaan, 'een groepje mannen en vrouwen die zich in het voorste deel van den stoet trachtten te dringen'. Zij droegen een schild, waarop te lezen was: “Het volk heeft honger”. De politie wist de rustverstoorders te verwijderen, maar bij de Geelvincksteeg probeerden ze zich weer in de stoet te onder het schreeuwen van: “Weg met het kletsrecht”.

Toen de optocht na drie uur weer op het Museumterrein was teruggekeerd vond een openluchtbijeenkomst plaats. Een aantal sprekers sprak de betogers toe, onder wie Aletta H. Jacobs, Sophie W.A. Wichers, Martina G. Kramers, Clara Mulder van de Graaf-De Bruin, Cornelia V. v.d. Meer van Kufferler, Jo van Diesen-Oberink, M. Wibaut-Berdenis van Berlekom en Heleen Ankersmit.

Uit collectie Atria - IAV: de restauratie van een banner voor vrouwenkiesrecht uit 1907

Algemeen vrouwenkiesrecht in 1919

De optocht was indrukwekkend, maar leverde nog niet meteen het gewenste resultaat.
Geen grondwetswijziging zonder vrouwenkiesrecht”, zo strijdkrachtig als het klinkt, werd in de politiek nog niet overgenomen. Pas in 1922 mochten vrouwen voor het eerst stemmen bij de Tweede Kamerverkiezingen.
Lees verder Special Vrouwenkiesrecht in Nederland