Het ‘F-stuk’: Cisca Dresselhuys

Special, 2 november 2017
Cisca Dresselhuys met haar F-STuk: het reisdocument van Aletta Jacobs © Atria

Atria’s collectie barst van de boeken en bijzondere parels uit de vrouwenbeweging. Van ‘Baas-In-Eigen-Buik’-buttons, een cursus zelfverdediging voor zwarte vrouwen uit het archief van Stichting Kenau, tot vrouwenkiesrechtvaandels uit de 'eerste feministische golf'. Het archief van Nederlands meest bekende en prominente feministe Aletta Jacobs is erkend als UNESCO-erfgoed en in UNESCO Memory of the World opgenomen. Cisca Dresselhuys, journalist, auteur en voormalig hoofdredacteur van Opzij, koos haar favoriet uit Atria’s collectie. Haar persoonlijke ‘F-stuk’: het reisdocument van Aletta Jacobs (1854 – 1929).  

U heeft het visum van Aletta Jacobs uitgezocht. Waarom?

Ik vind Aletta Jacobs een topvrouw. Alles wat in haar handen is geweest, waarmee ze in aanraking is gekomen of wat door haar is bedacht, vind ik fascinerend. Ken je dat, als je uitzoekt hoe ver een schijnbaar onbereikbaar iemand eigenlijk echt van je verwijderd is? Zelf ben ik maar twee handdrukken van Aletta af. Dat vind ik heel bijzonder. Met Aletta is het allemaal begonnen in Nederland. Aan haar hebben vrouwen alles te danken. Ze heeft het kiesrecht bevochten in de 'eerste feministische golf', een van de belangrijkste overwinningen voor de vrouwenemancipatie.

Wie staan er dan tussen u en Aletta Jacobs?

Tijdens mijn carrière heb ik Willemijn Posthumus-van der Goot (de moeder van IAV-medewerkster Claire Posthumus) meerdere malen ontmoet. Willemijn raakte in de jaren twintig betrokken bij de vrouwenbeweging en kende van daaruit Aletta Jacobs. In 1935 richtte ze samen met Johanna Naber en Rosa Manus het Internationaal Archief voor de Vrouwenbeweging (IAV) op. Het archief bewaart het erfgoed van vrouwen en de vrouwengeschiedenis, tegenwoordig onderdeel van Atria.

Atria bezit het archief van Aletta Jacobs, wat maakt haar visum zo uniek?

In Aletta’s tijd was een reisdocument geen automatisme, al helemaal niet voor vrouwen. Aletta had zoiets echt nodig omdat zij veel reisde, de hele wereld over om feministen te bezoeken: in Amerika, Rusland, China, noem maar op. Terugdeinzen voor het onbekende deed Aletta niet. Als vrouw, vooral in die tijd, was zij een symbool voor zelfstandigheid, wat ik heel bijzonder en feministisch vind.

Zijn er overeenkomsten tussen u en Aletta Jacobs?

Natuurlijk! Ons beider leven stond en staat in het teken van de vrouwenbeweging en emancipatie. Aletta durfde wel verder te reizen en was zeker flinker dan ik. Ze is in Amerika geweest, waar ik helaas nooit zal komen door mijn vliegangst. Ondanks, of misschien wel dankzij dit verschil, is zij altijd een voorbeeld voor mij is geweest en zal dat ook altijd blijven.

Aletta Jacobs staat vooral bekend om haar strijd voor het vrouwenkiesrecht. Heeft u een minder bekende anekdote?

Apothekersassistenten en winkeljuffrouwen mochten op hun werk nooit zitten, zelfs als er geen klanten waren. Ik dacht dat dit achterhaald was, maar het blijkt nog steeds zo te zijn. Constant staan is slecht voor de voeten, de rug, de baarmoeder, je krijgt er bijvoorbeeld spataderen van. Aletta, die huisarts was, ging destijds tegen deze ongezonde maatregel in en ontwierp een klapstoeltje voor apothekersassistenten. Vaak zit iets groots verborgen in de kleinste veranderingen.

Interview door Nathalie Van Regenmortel, medewerker communicatie en pr.