Het 'F-stuk': Mineke Bosch

Special, 3 januari 2018
Mineke Bosch © Atria

Atria’s collectie barst van de boeken en bevat talloze unieke parels uit de vrouwenbeweging. Van ‘Baas-In-Eigen-Buik’-buttons en vrouwenkiesrechtvaandels uit de eerste feministische golf tot het archief van Stichting Kenau, een organisatie die een cursus zelfverdediging voor zwarte vrouwen ontwikkelde. Voor elk wat wils dus. Zo ook voor Mineke Bosch. Bosch is historicus en hoogleraar moderne geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en bracht in 2005 een biografie uit over Aletta Jacobs (1854-1929): Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid. In detail beschrijft Bosch hoe Jacobs van een eenvoudig dorpskind in een wereldburgeres transformeerde die de paus en de president van Amerika te woord stond. Als F-stuk koos zij de brieven van Helene Mercier aan Aletta Jacobs en sprak hierover met Atria. Het archief van Aletta Jacobs is onlangs erkend als UNESCO-erfgoed en in UNESCO Memory of the World opgenomen.

Helene Mercier (1839-1910) was een feministe, publiciste en de grondlegster van het maatschappelijk werk in Nederland. Mercier nam in 1887 het initiatief tot oprichting van de eerste volkskeuken in de Jordaan en opende met enkele artikelen over de krot- en kelderwoningen van arbeiders de ogen van het publiek voor deze erbarmelijke omstandigheden. Toch werd Mercier nooit een groot figuur in de vrouwenbeweging.

Waarom heeft u uit het archief van Aletta Jacobs juist voor deze brieven gekozen als F-stuk?

‘De keuze was niet gemakkelijk. Wat ik heel leuk vind, is haar internationale correspondentie. Daar hebben Annemarie Kloosterman en ik ook een boek over gemaakt [Lieve Dr. Jacobs, red.], maar die brieven zijn vrij bekend en ik wilde graag iets onbekenders. Niet veel mensen kennen de brieven van Helene Mercier of haar persoon. Ze komen uit de vroege periode van haar werkzame leven. Je ziet dat de aanhef verandert wanneer hun vriendschap hechter wordt. De eerste brieven zijn nog gericht aan mejuffrouw A. Jacobs, de laatste hebben als aanhef “Lieve Alet”.’

Hoe was de omgang tussen Jacobs en Mercier?

‘Mercier kende Jacobs als arts. Mercier was sociaal-liberaal, en hoewel ze voor vrouwenkiesrecht was, stond ze niet per se bekend als een feministe. Ze voelde zich eerder deel van de arbeidersbeweging en sloot zich aan bij het werkliedenverbond. Helene Mercier gaat niet mee in het feminisme van haar vriendin, maar zij respecteren elkaar en blijven contact houden. Dat vind ik ook mooi aan Jacobs. Ze is ontzettend strategisch met het kiesrecht bezig geweest en heeft daar allerlei andere onderwerpen waarin zij was geïnteresseerd lange tijd voor in de ijskast gezet. Hun correspondentie blijft dus zeer actief. Dat ging met sommige vriendschappen wel anders, zoals die met Cornelie Huygens. Zij stond Aletta Jacobs bij in de strijd voor geboortebeperking, maar het burgerlijke feminisme was voor Huygens niet te verenigen met haar socialisme. Huygens probeert Aletta mee te trekken in dat socialisme. Wanneer dat niet lukt, zien Jacobs en zij elkaar niet meer.’

Is deze correspondentie typerend voor Aletta Jacobs?

‘Helene Mercier was altijd heel ziekelijk. Zij voerde strijd vanuit haar bed. We lezen in deze brieven dat Jacobs kippetjes en soepjes langsbrengt bij haar vriendin, en dat ontkracht het vaak neergezette beeld van Aletta Jacobs als kenau.’

In 2017-2019 denken we terug aan 100 jaar vrouwenkiesrecht. Hoe zou Jacobs daar nu tegenaan kijken?

‘Ik denk dat ze behoorlijk nijdig zou zijn als ze hoort dat al 100 jaar lang 1917 gezien wordt als het kantelpunt in de geschiedenis toen algemeen kiesrecht werd uitgeruild tegen bijzonder onderwijs, de pacificatie, terwijl vrouwen destijds nog geen kiesrecht kregen. In de grondwet werd vastgelegd dat vrouwen op termijn kiesrecht zouden kunnen krijgen. Dat passieve kiesrecht was eigenlijk een truc om vrouwen buiten de deur te houden. 10.000 van de kiezers brachten in 1917 hun stem uit op vrouwen. Van die 10.000 kreeg Aletta Jacobs er 2000, waarmee zij de kandidaat was met de meeste stemmen. Iets wat veel mensen niet willen zien is dat het vrouwenkiesrecht radicaal anders is behandeld dan het algemeen kiesrecht. Vrouwen kwamen in een heel lastig parket: ze konden wel meedoen aan de verkiezingen als kandidaat, maar mochten niet zelf stemmen. Het was voor hen ook een enorme teleurstelling hoe hierover werd geschreven. En dit is belangrijk. Deze vrouwen streden voor politieke vertegenwoordiging of politiek representatie, maar ook tegen het beeld dat er van hun strijd werd neergezet, dus tegen de representatie van vrouwen in taal en cultuur. Dat is voor ons nu nog steeds aan de orde: hoe wordt er geschreven over vrouwen en mannen? Wat wordt er geschreven? En hoe wordt feminisme afgeschilderd? Dat is nu niet anders dan toen. Het is nog lang niet klaar.’ 

Interview door Isabeau Jensen, medewerker Communicatie en PR.